Logo fz advocaten wit

BTW-fraude (Suppletie-aangifte fraude)

U wordt verdacht van een BTW-suppletie aangifte fraude?

In het geval van een verdenking van fraude middels het niet doen van of van het onjuist doen van suppletie aangiften omzetbelasting, kan een strafrechtelijk onderzoek worden gestart.

Hieronder zal een uiteenzetting volgen van de fiscale aspecten die van belang zijn in het strafrechtelijk onderzoek. Voorts wordt opgemerkt dat de begrippen omzetbelasting (OB) en de Belasting Toegevoegde Waarde (BTW) door elkaar worden gebruikt, maar feitelijk hetzelfde betekenen.

 

Algemeen:

Onder de naam “omzetbelasting” wordt BTW geheven onder andere ter zake van de levering van goederen en diensten in Nederland. De belastingplichtige in de omzetbelasting is de ondernemer. Het algemene tarief is 21 %. Daarnaast bestaat het lage tarief van 6% en het 0% tarief voor in de wet opgenomen leveringen en diensten. De 6% leveringen en diensten hebben in het algemeen betrekking op de eerste levensbehoeften van een individu. Bij de 0% leveringen en diensten gaat het veelal om export of onderaanneming in de bouw. Een aantal prestaties zijn vrijgesteld voor de omzetbelasting zoals bijvoorbeeld de levering van onroerende zaken en huisartsen.

 

Het doen van aangifte:

Op grond van art. 8 lid 1 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) is iedereen die is uitgenodigd tot het doen van aangifte gehouden deze stellig en zonder voorbehoud te doen. Elke ondernemer krijgt per tijdvak (maand, kwartaal of jaar) een brief toegestuurd waarin deze wordt uitgenodigd tot het doen van aangifte. Volgens art. 10 lid 2 AWR dient dit binnen een termijn van tenminste één maand na afloop van het aangiftetijdvak te worden gedaan. Op grond van art. 19 lid 1 AWR dient de belasting die volgens die aangifte afgedragen dient te worden binnen één maand na afloop van het tijdvak waarin de belasting verschuldigd is geworden, te worden betaald.

 

Het niet dan wel niet tijdig doen van aangifte:

Indien een aangifte niet dan wel niet tijdig wordt gedaan wordt door de belastingdienst een ambtshalve aanslag opgelegd. Tegen deze ambtshalve aanslag kan bezwaar worden gemaakt. Indien na het opleggen van een ambtshalve aanslag (alsnog) een aangifte bij de belastingdienst binnenkomt, dan wordt deze aangifte door de belastingdienst aangemerkt als bezwaarschrift tegen de ambtshalve opgelegde aanslag. In zo een geval is niet meer sprake van een aangifte als bedoeld in de wet (AWR). Indien de alsnog ingediende aangifte onjuist is, wordt de als bezwaarschrift aangemerkte aangifte door de belastingdienst gezien als een vals geschrift.

 

Heffing van omzetbelasting (BTW):

Het leveren van goederen en het verrichten van diensten door ondernemers verricht in het kader van hun onderneming is op grond van de Wet omzetbelasting (Wet OB) belast met omzetbelasting. Diensten voor, dan wel leveringen aan een ondernemen dienen altijd op een (verkoop)factuur vermeld te worden alsmede de daarbij berekende omzetbelastingen (21%, 6%, 0%). Op grond van art. 12 lid 1 van de Wet OB wordt de omzetbelasting geheven van de ondernemer die de levering of de dienst verricht. De in een tijdvak (maand, kwartaal of jaar) verschuldigde geworden belasting moet op de aangifte worden voldaan. Dit wordt ook wel de “te betalen omzetbelasting” genoemd. Indien op een factuur melding wordt gemaakt van omzetbelasting, zelfs als dit onterecht zou zijn, is op grond van art. 37 Wet OB te allen tijde verschuldigd

De aan een ondernemer in rekening gebrachte omzetbelasting kan op grond van art. 15 Wet OB op zijn eigen aangifte in aftrek worden gebracht. Denk bijvoorbeeld aan omzetbelasting vermeld op inkoopfacturen c.q. kosten die door de ondernemen zijn gemaakt, dit wordt ook “voorbelasting” of te “ontvangen omzetbelasting” genoemd. De ondernemer rekent vervolgens op de aangifte uit of een bedrag aan omzetbelasting aan de belastingdienst afgedragen dient te worden of dat een bedrag aan omzetbelasting door de belastingdienst aan de ondernemer (terug)betaald dient te worden. in het laatste geval wordt gesproken over een “negatieve aangifte omzetbelasting”. Ten aanzien van de af te dragen of te ontvangen omzetbelasting doet de ondernemer aangifte. De reguliere aangiften omzetbelasting zijn voorzien bij artikel 14 lid 1 Wet OB en Hoofdstuk II AWR.

Ter verduidelijking een casus:

Een ondernemer verkoopt goederen voor een bedrag van € 100.000 en het BTW-percentage is 21%. De ondernemer dient aan de koper een factuur te verstrekken van in totaal € 121.000 (€ 100.000 +  21.000 aan BTW). In het betreffende tijdvak worden verder geen verkopen gefactureerd. In onderhavige geval moet de ondernemer € 21.000 vermelden op de aangifte omzetbelasting als een aan de belastingdienst af te dragen bedrag.

Dezelfde ondernemer koopt in hetzelfde tijdvak goederen in voor een bedrag van € 100.000 en het BTW-percentage is 6%. De ondernemer zal hiervoor een factuur ontvangen van in totaal € 106.000 ( € 100.000 + € 6.000 aan BTW). In het betreffende tijdvak worden verder geen inkopen gedaan of kosten gemaakt. In onderhavig geval moet de ondernemer  € 6.000 (als voorbelasting) vermelden op de aangifte omzetbelasting als een van de belastingdienst te ontvangen bedrag.

De ondernemer zal via de aangifte omzetbelasting van het betreffende tijdvak per saldo een bedrag € 15.000 (€ 21.000 – € 6.000) aan de belastingdienst moeten betalen.

 

Elektronische aangiften omzetbelasting:

Sinds 1 januari 2015 zijn ondernemers verplicht hun periodieke aangifte omzetbelasting elektronisch in te dienen.

Een elektronische aangifte kan op drie manieren worden ingediend bij de belastingdienst:

  • Via de website van de belastingdienst.
  • Via een software pakket door de ondernemer zelf.
  • Via een software programma door boekhouders.

Suppletie-aangifte:

Na afloop van het jaar kan, bij het opmaken van de jaarstukken blijken dat het totaal over dat jaar aangegeven en afgedragen bedrag aan omzetbelasting onjuist is. Dit bedrag kan zowel te hoog als te laag zijn. In dat geval doet de ondernemer een suppletie-aangifte omzetbelasting. Hier is geen aangiftebiljet voor, doorgaans wordt de suppletie-aangifte per brief gedaan. Een suppletie-aangifte is derhalve geen aangifte in de zin van de wet (AWR). Als de suppletie-aangifte wordt gedaan vóórdat de belastingdienst een controle aankondigt, wordt dit aangemerkt als een vrijwillige verbetering. In het geval de suppletie-aangifte onjuist is, wordt deze door de belastingdienst gezien als een vals geschrift.

 

Mogelijke modus operandi:

Een reden van het niet doen dan wel het doen van een onjuiste suppletie aangifte omzetbelasting kan voor een ondernemer zijn het in kas houden van liquide middelen om het voortbestaan van de rechtspersoon te behouden. De belastingdienst is bekend met deze modus operandi en tijdens een boekencontrole wordt hier dan ook specifiek op gelet.

 

Welke straf kunt u verwachten bij BTW-suppletie aangifte fraude?

Als u schuldig wordt bevonden aan het plegen van BTW-suppletie aangifte fraude kunt u een straf verwachten. In dit geval kan een gevangenisstraf, werkstraf, geldboete of een combinatie hiervan worden opgelegd. Voor meer informatie over de te verwachten straf kunt u het beste contact opnemen met een van onze advocaten, dit geheel vrijblijvend.

Indien u strafrechtelijk wordt vervolgd, zowel in het geval u reeds bent gedagvaard of in het geval u verdachte bent in een strafrechtelijke financieel onderzoek, of in het geval u bent opgeroepen om als verdachte door Politie of door de FIOD te worden gehoord, het van belang is dat u wordt geadviseerd door één van onze ervaren strafrechtadvocaten van Farber Zwaanswijk Advocaten. Onze advocaten zijn gespecialiseerd op het gebied van commuun strafrecht en financieel- economisch strafrecht en hebben ruime ervaring op het gebied van fraude. Laat u daarom adviseren door één van onze advocaten door contact op te nemen.