Logo fz advocaten wit

Aansprakelijkheid van strafbaar feitelijk leidinggeven

Wordt u verdacht van het feitelijk leiding geven aan een strafbaar feit verricht door een rechtspersoon of heeft u al een dagvaarding ontvangen?

Indien u als feitelijke leidinggever wordt aangemerkt en strafrechtelijk wordt vervolgd, is het van belang dat u deskundig wordt bijgestaan en geadviseerd.

De ervaren strafrechtadvocaten van Farber Zwaanswijk Advocaten kunnen u bijstaan. Onze advocaten zijn gespecialiseerd op het gebied van commuun, financieel en economisch strafrecht en kunnen u daarom uitstekend bijstaan. Onze advocaten zijn vastberaden om uw zaak in goede banen leiden.

Feitelijk leidinggeven nader bekeken

Om vast te kunnen stellen of sprake is van “ strafbaar feitelijk leidinggeven” van een strafbaar feit, verricht door een rechtspersoon dient in eerste instantie vast komen te staan dat een strafbaar feit aan de rechtspersoon kan worden toegerekend.

Kan een strafbaar feit niet worden toegerekend aan een rechtspersoon, dan kan u ook niet worden aangemerkt als feitelijke leidinggever van een strafbaar feit, verricht door een rechtspersoon.

Wanneer is een rechtspersoon strafbaar?

Een rechtspersoon kan worden aangemerkt als verdachte op grond van art. 51 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

  • 1. Strafbare feiten kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen.
  • 2. Indien een strafbaar feit wordt begaan door een rechtspersoon, kan de strafvervolging worden ingesteld en kunnen de in de wet voorziene straffen en maatregelen, indien zij daarvoor in aanmerking komen, worden uitgesproken:
  • a. tegen die rechtspersoon, dan wel
  • b. tegen hen die tot het feit opdracht hebben gegeven, alsmede tegen hen die feitelijke leiding hebben gegeven aan de verboden gedraging, dan wel
  • c. tegen de onder 1° en 2° genoemden te zamen.
  • 3.Voor de toepassing van de vorige leden wordt met de rechtspersoon gelijkgesteld: de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, de maatschap, de rederij en het doelvermogen.

Om vast te kunnen stellen of een rechtspersoon zich strafbaar heeft gemaakt aan een verboden gedraging dient in eerste instantie sprake te zijn van een strafbaar feit dat aan de rechtspersoon kan worden toegerekend.

Aan de hand van de navolgende drie criteria kan worden vastgesteld of hier sprake van is:

  1. Is de rechtspersoon geadresseerde van de norm;
  2. Kan de verboden gedraging – die door een natuurlijke persoon is verricht – aan de rechtspersoon worden toegerekend;
  3. Kan het bestanddeel opzet of schuld worden bewezen.


Beantwoording vraag 1:

Of een rechtspersoon normadressaat van de strafbepaling is, moet worden bepaald of de rechtspersoon wel in staat is om het strafbare feit te plegen.

Beantwoording vraag 2:
Bij beantwoording van de vraag of de verboden gedraging aan de rechtspersoon kan worden toegerekend, is het essentieel om te beoordelen of deze gedraging heeft plaatsgevonden of is verricht in de sfeer van de rechtspersoon.

Hiervan is sprake in de navolgende gevallen:

  • Het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon.
  • De gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon.
  • De gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf.
  • De rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden of zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard.

Beantwoording vraag 3:
Hierbij dient het bestanddeel opzet of schuld te worden bewezen. Schuld is hierbij eenvoudig te bewijzen nu schending van zorgplichten veelal snel te constateren zijn. Bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van opzet, maakt men gebruik van één van de navolgende handelswijzen:

  • Men kijkt naar de positie van de natuurlijke persoon, welke verantwoordelijk is geweest voor het strafbaar feit, binnen de rechtspersoon en beoordeelt of het opzet dat deze persoon had bij het begaan van het strafbaar feit in redelijkheid aan de rechtspersoon kan worden toegerekend.
  • Op basis van het ‘psychisch klimaat’ dat binnen een bedrijf heerst. Als blijkt dat binnen het bedrijf strafbare gedragingen worden geduld of aangemoedigd zal opzet van de rechtspersoon in veel gevallen eenvoudig worden aangenomen.

Bij positieve beantwoording van alle drie voornoemde vragen kan een rechtspersoon als verdachte worden aangemerkt en worden vervolgd.

Een rechtspersoon is verdacht van een strafbaar feit? Een rechtspersoon is gedagvaard?

Indien een rechtspersoon strafrechtelijk wordt vervolgd, zowel in het geval deze reeds is gedagvaard of in het geval deze verdachte is in een strafrechtelijke financieel onderzoek, door Politie of door de, is het van belang dat deze rechtspersoon wordt bijgestaan door één van onze ervaren strafrechtadvocaten van Farber Zwaanswijk Advocaten. Onze advocaten zijn gespecialiseerd op het gebied van commuun strafrecht en financieel- economisch strafrecht en hebben ruime ervaring op het gebied van fraude. Laat u daarom adviseren door één van onze advocaten door contact op te nemen.