Autoriteit Financiële Markten (AFM)
AFM-toezicht, vergunningen, toetsing en handhaving onder de Wft
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op de financiële markten en op de naleving van regels die gelden voor financiële ondernemingen. De AFM is een onafhankelijke toezichthouder met wettelijke taken en bevoegdheden. In de praktijk betekent dit dat de AFM toezicht houdt op het gedrag van marktpartijen en op de manier waarop financiële dienstverleners cliënten behandelen.
Rolverdeling tussen ministeries en de AFM
De AFM voert haar toezicht onafhankelijk uit. Tegelijk is er een bestuurlijke en wettelijke context waarbinnen de AFM opereert. Zo bestaat er een rol voor de overheid in het kader van wet- en regelgeving en de inrichting van het toezichtstelsel. In de praktijk betekent dit dat de AFM toezicht uitvoert binnen de kaders van wet- en regelgeving, en dat er afstemming kan plaatsvinden over beleidsontwikkelingen.
De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM)
De AFM en DNB werken samen, maar hebben verschillende taken. In hoofdlijnen geldt:
- de AFM kijkt vooral naar het gedrag van ondernemingen richting cliënten en markt;
- DNB ziet vooral toe op financiële soliditeit en of partijen aan hun (financiële) verplichtingen kunnen voldoen.
Welke toezichthouder(s) betrokken zijn, hangt af van het type onderneming en het onderwerp.
Toetsingsgesprek
Bestuurders, commissarissen en andere (mede)beleidsbepalers moeten doorgaans betrouwbaar en geschikt zijn. Geschiktheid ziet onder meer op kennis, ervaring, vaardigheden en professioneel gedrag. Betrouwbaarheid ziet op integriteit en antecedenten.
De toezichthouder beoordeelt dit op basis van het dossier en kan – als aanvulling – een betrokkene uitnodigen voor een toetsingsgesprek. Het gesprek is bedoeld om het dossier te completeren en om een beter beeld te krijgen van de persoon, de rol en de onderneming. Als het dossier voldoende is, kan een gesprek achterwege blijven.
Hertoetsing
De verplichting om geschikt en betrouwbaar te zijn, duurt voort zolang de functie wordt vervuld. Bij twijfel over geschiktheid of betrouwbaarheid kan aanleiding bestaan voor een hertoetsing. Twijfel kan ontstaan door handelen of nalaten van de betrokkene, maar ook door ontwikkelingen binnen de onderneming. In dat geval kan de toezichthouder – afhankelijk van de omstandigheden – onderzoeken of een hertoetsing nodig is.

