Wet op het financieel toezicht (Wft)
Wat regelt de Wft en wat betekent dit voor uw onderneming?
De Wet op het financieel toezicht (Wft) vormt het belangrijkste wettelijke kader voor toezicht op een groot deel van de financiële sector in Nederland. In de Wft staan regels over toelating (vergunning/registratie), doorlopende verplichtingen en toezicht en handhaving. Omdat de financiële sector in beweging is, wordt de wetgeving regelmatig aangepast.
Voor wie geldt de Wft?
De Wft kan van toepassing zijn op financiële ondernemingen en dienstverleners die actief zijn op de financiële markt. Denk onder meer aan partijen die financiële producten aanbieden of bemiddelen, adviseren, betalingsdiensten verlenen of beleggingsdiensten verrichten. Of u (volledig) onder de Wft valt, hangt af van uw activiteiten, vergunningstatus en de specifieke regels die op uw situatie van toepassing zijn.
Toezicht door AFM en DNB
Het toezicht onder de Wft wordt in Nederland met name uitgevoerd door:
- de Autoriteit Financiële Markten (AFM);
- De Nederlandsche Bank (DNB).
In hoofdlijnen geldt dat DNB zich richt op financiële soliditeit en integriteit, terwijl de AFM vooral kijkt naar gedragstoezicht en zorgvuldige dienstverlening richting cliënten. Welke toezichthouder(s) betrokken zijn, hangt af van uw activiteiten en uw type onderneming.
Wat is het verschil tussen AFM en DNB?
AFM en DNB werken samen, maar hebben ieder een eigen focus. In hoofdlijnen geldt:
- DNB richt zich vooral op financiële soliditeit en op de vraag of instellingen aan hun (financiële) verplichtingen kunnen blijven voldoen;
- de AFM richt zich vooral op gedragstoezicht, waaronder zorgvuldige dienstverlening en de manier waarop ondernemingen met cliënten omgaan.
Welke toezichthouder(s) betrokken zijn, hangt af van de activiteiten van de onderneming en de toepasselijke regels.
Onderzoek, informatieverzoek en toezicht in de praktijk
AFM en/of DNB kunnen informatie opvragen, onderzoeken uitvoeren en gesprekken voeren. Een ogenschijnlijk “eenvoudig” informatieverzoek kan grote gevolgen hebben, bijvoorbeeld voor uw vergunningpositie, uw organisatie-inrichting of eventuele handhaving. Het is daarom belangrijk om zorgvuldig te beoordelen wat u moet aanleveren, hoe u reageert en welke onderbouwing nodig is.

