Naar aanleiding van een vonnis heeft de rechtbank Limburg in April prejudiciële vragen gesteld over ‘slapende dienstverbanden’. De Hoge Raad heeft vanochtend antwoord gegeven op de vraag en de toelaatbaarheid van het ‘slapend dienstverband’.

slapend dienstverband

Wanneer een arbeidsongeschikte werknemer langdurig thuis zit en geen loon meer krijgt is er sprake van een ‘slapend dienstverband’. De werknemer wordt hierbij in dienst gehouden door de werkgever, die op deze manier probeert te voorkomen dat hij de wettelijke transitievergoeding dient te betalen. Een werknemer heeft namelijk bij ontslag na een dienstverband van twee jaar of langer recht op deze wettelijke transitievergoeding, ofwel de ontslagvergoeding.

Een werkgever daarentegen hoeft dankzij het ‘slapend dienstverband’ geen ontslagvergoeding te betalen. Hij / zij zal dan ook niet bereid zijn om het te beëindigen. Ondanks het feit dat de werknemer een schadevergoeding kan eisen bij de werkgever wegens het niet bereid zijn om het dienstverband te beëindigen.

Een ‘goede werkgever’

Bij een prejudiciële vraag stelt een gerechtshof of rechtbank een vraag aan de Hoge Raad over uitleg van een rechtsregel. Dit kan voorkomen als de Hoge Raad nier eerder over die vraag heeft beslist. Het stellen van een prejudiciële vraag kan alleen wanneer de vraag voorkomt in een concrete zaak die bij een rechtbank of hof in behandeling is. Bovendien moet dezelfde vraag aan de orde zijn bij diverse andere zaken. Zo stelde de rechtbank Limburg in een vonnis van 10 April 2019 de vraag of een werkgever als ‘goede werkgever’ akkoord moet gaan met de beëindiging van het ‘slapende dienstverband’, onder betaling van een transitievergoeding. Zo ja, onder welke omstandigheden moet een werkgever akkoord gaan in het geval van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer.

Uitspraak Hoge Raad

Eerder gaf advocaat-generaal Ruth De Bock haar advies hierover aan de Hoge Raad. Zij is van mening dat een werkgever in principe verplicht is om een ‘slapend dienstverband’ te beëindigen, onder betaling van de wettelijke transitievergoeding en op verzoek van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer.

Vandaag oordeelde de Hoge Raad in lijn met het advies van advocaat-generaal Ruth de Bock. Een werkgever wordt bij een langdurig arbeidsongeschikte werknemer niet meer op hoge kosten gejaagd. Hiervoor is een wet waarin geregeld is dat werkgevers in zulke gevallen door het UWV worden gecompenseerd voor betaling van de transitievergoeding.

Tevens is het duidelijk dat de wetgever af wil van het ‘slapend dienstverband. Op grond daarvan brengt de eis van ‘goed werkgeverschap’ mee dat een werknemer niet in een ‘slapend dienstverband’ gehouden mag worden, zodat de werkgever niet de transitievergoeding hoeft te betalen. Op verzoek van de arbeidsongeschikte werknemer, heeft de werkgever de verplicht om het ‘slapende dienstverband’ te beëindigen, onder betaling van de wettelijke transitievergoeding. Er kan een uitzondering plaatsvinden wanneer een werkgever gerechtvaardigde belangen heeft om de arbeidsongeschikte werknemer toch in dienst te houden. Bijvoorbeeld als er een reëel uitzicht is op re-integratie.

Lees hier de hele uitspraak van de Hoge Raad.

Neem contact met ons op

Farber Zwaanswijk Advocaten heeft hier veel ervaring mee. Raadpleeg daarom altijd een van onze ervaren advocaten door nu contact met ons op te nemen voor een vrijblijvend gesprek. Onze advocaten zijn er 24/7 voor u. Uw wensen en belangen zetten wij altijd centraal. Ons doel is om uw problemen zo veel mogelijk uit handen te nemen en uw zaak in goede banen te leiden. Laat u daarom adviseren door één van onze advocaten door contact op te nemen.

Deel deze publicatie op: