Witwassen leidt tot zowel gevangenisstraf als werkstraf

Op 7 december 2015 heeft de rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een rechtszaak waarin een voormalig echtpaar terechtstond voor witwassen. Ze werden veroordeeld tot een werkstraf van 100 uren en een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast zijn de auto en de geldbedragen verbeurd verklaard.

Voornoemde uitspraak is interessant, omdat door de rechtbank in de beoordeling vragen worden gesteld die vóór een bewezenverklaring van witwassen dienen worden te beantwoord in het geval er geen direct bewijs voor het brondelict aanwezig is.

Ten aanzien van de vrouw:

Tijdens de doorzoeking van het huis van de ex-schoonmoeder van de vrouw werd een bedrag ad. € 111.000,- gevonden tussen kleding, beddengoed en matrashoezen. De vrouw verklaarde dat zij het geld de afgelopen 7 jaar had gespaard. De rechtbank achtte dit niet aannemelijk. De vrouw leefde in eerste instantie namelijk met 4 kinderen en zij had een bijstandsuitkering. Tevens verklaarde de vrouw dat zij maandelijks giften kreeg van een “vriend”. De rechtbank achtte dit ook niet aannemelijk, aangezien de vrouw bij de politie welbewust de verkeerde naam had opgegeven van deze “vriend” en tot op heden niet de juiste gegevens heeft willen geven. Direct bewijs voor het brondelict ontbrak.

Vervolgens heeft de rechtbank het navolgende beoordelingskader gehanteerd om na te gaan of kan worden bewezen dat verdachte geldbedragen heeft witgewassen.

Beoordelingskader van de rechtbank

  1. Is er zonder meer sprake van een vermoeden van witwassen?
  2. Heeft de verdachte een verklaring gegeven voor de herkomst?
  3. Is deze verklaring concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk?
  4. Is deze verklaring van de verdachte onderzocht?
  5. Leidt het vervolgonderzoek naar deze verklaring tot de conclusie dat met voldoende mate van zekerheid een legitieme herkomst kan worden uitgesloten?

De rechtbank heeft voornoemde vragen ten aanzien van de vrouw als volgt beantwoord:

Vraag 1:

De rechtbank is van oordeel dat het niet aannemelijk is dat verdachte in een periode van 7 jaar over een geheel legaal contant geldbedrag ad. € 110.00,- zou kunnen beschikken. Gelet hierop is er zonder meer sprake van een vermoeden van witwassen.

Vraag 2, 3 en 4:

De verdachte heeft verklaard dat het aangetroffen geld spaargeld betreft, zowel afkomstig van haar zelf als van haar kinderen. Ze verklaart verder dat zij en haar kinderen de afgelopen jaren heel zuinig hebben geleefd. Tevens verklaart verdachte dat zij een vriend had die haar regelmatig geld gaf en dat zij in 2007 begon met sparen met een beginsaldo van circa € 17.000,- tot € 20.000,-. Hierover oordeelt de rechtbank dat de verklaring concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand onwaarschijnlijk is. Tevens heeft de politie dit onderzocht.

Vraag 5:

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het verrichte vervolgonderzoek tot de conclusie geleid dat met voldoende mate van zekerheid een geheel legitieme herkomst van het geld kan worden uitgesloten.

Klik hier voor de gehele beantwoording van de gestelde vragen door de rechtbank.

Ten aanzien van de man:

De man uit Ede had een Mercedes met een geschatte aankoopwaarde van € 40.000,- op zijn naam staan. De auto bleek echter later voor een bedrag ad. € 28.500,- contant te zijn gekocht in Duitsland. De man verklaarde dat hij de desbetreffende auto voor een neef in Marokko had gekocht en dat deze neef de man geld had gegeven. Echter, verklaarde de neef dat hij de man 6 jaar geleden voor het laatst had gesproken en de man geen geld of opdracht had gegeven tot aankoop van een auto.

Vervolgens heeft de rechtbank het navolgende beoordelingskader gehanteerd om na te gaan of kan worden bewezen dat verdachte geldbedragen heeft witgewassen.

Beoordelingskader van de rechtbank

  1. Is er zonder meer sprake van een vermoeden van witwassen?
  2. Heeft de verdachte een verklaring gegeven voor de herkomst?
  3. Is deze verklaring concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk?
  4. Is deze verklaring van de verdachte onderzocht?
  5. Leidt het vervolgonderzoek naar deze verklaring tot de conclusie dat met voldoende mate van zekerheid een legitieme herkomst kan worden uitgesloten?

De rechtbank heeft voornoemde vragen ten aanzien van de man als volgt beantwoord:

Vraag 1:

De rechtbank is van oordeel dat verdachte de auto niet kan hebben gefinancierd met eigen legaal geld, gelet op zijn inkomenspositie. Dit wordt ook door de verdachte zelf bevestigd. Gelet hierop is zonder meer sprake van een vermoeden van witwassen.

Vraag 2, 3 en 4:

Verdachte heeft verklaard dat hij de desbetreffende Mercedes had gekocht voor zijn neef, die in Marokko woont. De “neef” heeft verdachte via een tussenpersoon geld meegegeven om de Mercedes te kopen. Verdachte is met de auto naar Marokko gereden, maar toen de importheffing heel hoog bleek te zijn (circa € 20.000,-) wilde de persoon die de auto zou kopen, de auto niet meer en moest verdachte deze weer mee terug nemen naar Nederland om te verkopen. Het lukte hem echter niet om de auto te verkopen. Hierover oordeelt de rechtbank dat de verklaring concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand onwaarschijnlijk is. Tevens heeft de politie dit onderzocht.

Vraag 5:

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het verrichte vervolgonderzoek tot de conclusie geleid dat met voldoende mate van zekerheid een legitieme herkomst van het geld waarmee de auto is aangekocht kan worden uitgesloten. de “neef” heeft immers verklaard al jaren geen contact meer te hebben met verdachte en hem geen opdracht te hebben gegeven om een auto te kopen of hem geld te hebben gegeven hiervoor.

Klik hier voor de gehele beantwoording van de gestelde vragen door de rechtbank.

Uit voornoemde uitspraken blijkt wederom dat indien u strafrechtelijk wordt vervolgd, zowel in het geval u reeds bent gedagvaard of in het geval u verdachte bent in een strafrechtelijke financieel onderzoek, of in het geval u bent opgeroepen om als verdachte door Politie of door de FIOD te worden gehoord, het van belang is dat u wordt geadviseerd door één van onze ervaren strafrechtadvocaten van Farber Zwaanswijk Advocaten. Onze advocaten zijn gespecialiseerd op het gebied van commuun strafrecht en financieel- economisch strafrecht en hebben ruime ervaring op het gebied van fraude. Laat u daarom adviseren door één van onze advocaten door contact op te nemen.

 

Deel deze publicatie op: